Oefen met behulp van onderstaande video en de flitskaartjes twaalf alledaagse woorden in het Spaans. De flitskaartjes kun je helemaal onderaan downloaden. Plak de vellen tegen elkaar en knip deze uit (zodat elk kaartje op de voorkant het Spaanse woord heeft en op de achterkant de Nederlandse vertaling).
In de eerst video zie en hoor je hoe je de Spaanse woorden schrijft en uitspreekt. In de tweede video zie je hoe je woorden uit een vreemde taal kunt leren met flitskaartjes. In de video zijn andere woorden te zien, maar het principe werkt hetzelfde.
Snelheidsspel
Speel het spel met twee of drie spelers.
Maak een stapel van de flitskaartjes met de woorden naar beneden.
De jongste speler draait het eerste kaartje om en legt het naast de stapel. Wie als eerst het Spaanse woord weet, mag het kaartje houden. Daarna draait degene die het kaartje heeft geraden het volgende plaatje om.
Wie uiteindelijk de meeste kaartjes heeft, heeft gewonnen.
Tip 1: controleer de antwoorden als jullie niet zeker weten of het antwoord goed is.
Tip 2: weet niemand het woord? Zoek het dan op en leg het kaartje terug op de stapel (onderop).