1.2 Kennisvergroters

1.2 Kennisvergroters

Papierkunst betekent dat je van papier iets maakt. Je gebruikt papier als hoofdmateriaal om mee te bouwen, te vouwen, te knippen of te rollen.
  • Je kunt er platte figuren mee maken, maar ook 3D-vormen. Het is een combinatie van handigheid (hoe vouw je netjes?) en fantasie (wat wil je ermee uitbeelden?).
  • Soms gebruiken zelfs wetenschappers en uitvinders ideeën uit papierkunst, bijvoorbeeld om iets op te vouwen dat later op ware grootte wordt gemaakt, zoals zonnepanelen in een raket. Bijvoorbeeld wetenschapper Robert J. Lang die expert is in het gebruiken van origami.

In CODA Paper Art (een tentoonstelling in Apeldoorn) zie je hoe kunstenaars van over de hele wereld papier omtoveren tot kunstwerken die je nooit zou verwachten van het materiaal papier.

Kijk hieronder een stukje video, je kunt een deel van de tentoonstelling zien. 

👀 Kijkvraag
Welke papierkunst uit het filmpje zou jij graag eens van dichtbij willen bewonderen?

Origami komt van de Japanse woorden: ori (vouwen) en kami (papier). Je vouwt één vel papier tot iets nieuws, zonder te knippen of plakken.
Het papiervouwen komt oorspronkelijk uit China en kwam later naar Japan. Daar werd het populair door het vouwen van figuren. 

  • Vroeger werd origami vaak gebruikt bij belangrijke feesten.
  • De kraanvogel is de bekendste origamifiguur. Er bestaat een verhaal dat wie 1000 kraanvogels vouwt, een wens mag doen.
  • Ze geloven dat de kraanvogel staat voor geluk en een lang leven.

Bekijk hier vier soorten origami:

Er bestaan vier wetten van origami.
Dat zijn regels die altijd gelden als je iets gaat vouwen:

  1. Tweekleurigheid
  2. Berg en dal
  3. Hoeken bij een kruispunt
  4. Door een vouw kan geen papier steken

Je gaat de wetten onderzoeken met het vouwen van een kikker.

We vouwen zelf de kikker en onderzoeken daarna de vier wetten. Vouw de kikker volgens onderstaande video:

Wet 1. Tweekleurigheid
Je kunt het papier verdelen in verschillende vakken die twee kleuren hebben. Deze kleuren raken elkaar niet als je het opvouwt. Kleur de vakken zoals op de foto’s.

Wet 2. Berg en dal
Er zijn vouwen die lijken op een berg.

En vouwen die lijken op een dal.

Bij een kruising tussen berg- en dalvouwen is het verschil altijd twee. Dus van de ene soort zijn er altijd twee meer dan van de andere soort. Kijk maar eens op je papier.

Op deze kruising zijn er drie dalvouwen en één bergvouw. Van de dalvouwen zijn er dus twee meer.

En hoe zit dat op de kruising in het midden?

Wet 3. Hoeken bij een kruispunt
Als je de vakken rond een kruispunt nummert, vormen de oneven hoeken (bijv. 1,3,5,7) samen een rechte lijn (180 graden) en de even hoeken (bijv. 2 en 4) ook.

Dat doen we ook op het papier. Zet een cirkel om het kruispunt en nummer de vakken.

Knip de vakken uit en leg de even stukken naast elkaar en de oneven stukken.

Als je wilt, kun je dit ook nog bij het kruispunt in het midden uitproberen. Draai het papier dan even om.

Wet 4. Door een vouw kan geen papier steken
Hoe je het papier ook opvouwt, een papier kan nooit door een vouw heen steken.
Door een vouw kan dus nooit een andere laag heen.

Bij kirigami mag je knippen én vouwen. Daardoor krijg je vormen die bij origami niet kunnen. Het woord komt van kiri: knippen/snijden en gami: papier.   

Met kirigami kun je ook
3D-objecten maken, zoals miniatuurgebouwen die rechtop staan als je het papier openvouwt. 

Quilling begon in de tijd van de monniken (ongeveer 500 jaar geleden). Zij gebruikten de dunne gouden randjes van boeken om sierlijke vormen te maken. 

  • Bij quilling gebruik je een smalle strook papier die je oprolt met een naald of stokje. 
  • Door die vormen samen te voegen, kun je bloemen, dieren of patronen maken.