2.4 Afsluiting Copy
2.4 Afsluiting Copy
Bronnen bijhouden
Schrijf (als je dat nog niet gedaan hebt) in de projectgids op:
- Welke boeken je hebt gebruikt
- Welke websites je hebt gebruikt
- Welke overige bronnen je hebt gebruikt
Planning bijhouden
- Heb je af wat je de afgelopen les af wilde hebben?
- Heb je iets nodig voor de volgende les?
Vul indien nodig de planning aan (stap 6).
Afsluitende kennisvragen
Vraag aan elkaar (in twee- of drietallen)
- Wat doet een rechter?
- Wat doet een officier van justitie?
- Noem naast de rechter en de officier van justitie nog minstens drie andere personen die in de rechtzaal aanwezig (kunnen) zijn.
De juf of meester bespreekt de antwoorden en vraagt twee leerlingen welk antwoord ze hebben gegeven.
Antwoord vraag 1
De rechter:
• bepaalt of iemand de wet heeft overtreden.
• beslist wat voor straf iemand krijgt.
Antwoord vraag 2
De officier van justitie:
• is aanwezig bij strafzaken.
• werkt samen met de politie.
• kijkt of er genoeg bewijs is.
• beslist of de verdachte naar de rechter moet.
• eist een bepaalde straf voor de verdachte.
Antwoord vraag 3
Mogelijke antwoorden:
• de griffier
• de bode
• de verdachte
• het slachtoffer
• de advocaat
• de rechtbanktekenaar
• de journalisten
• het publiek
Afsluitende evaluatievragen
Vraag aan elkaar (in twee- of drietallen)
- Wat was het moeilijkste wat je deze les hebt gedaan? Waarom?
-
Heb je deze les iets interessants gelezen?
Zo ja, vertel hier iets over. -
Is het gelukt om goede informatie te vinden? Zo ja, hoe?
Zo nee, hoe zou dit de volgende keer beter kunnen lukken? - Tijd over? Bedenk extra vragen.
De juf of meester vraagt tot slot (klassikaal) twee leerlingen welk antwoord ze hebben gegeven.
