1.4 Afsluiting Copy
1.4 Afsluiting Copy
Afsluitende kennisvragen
Vraag aan elkaar (in twee- of drietallen)
- Wat is een natuurverschijnsel?
- Noem minstens drie natuurverschijnselen die je in de kennisvergroter voorbij hebt zien komen.
- Noem minstens twee manieren waarop onderzoekers onderzoek doen naar natuurverschijnselen.
De juf of meester bespreekt de antwoorden en vraagt twee leerlingen welk antwoord ze hebben gegeven.
Antwoord vraag 1
Een natuurverschijnsel is iets bijzonders dat gebeurt in de natuur en dat niet door mensen komt.
Antwoord vraag 2
Mogelijke antwoorden:
• een regenboog
• de bliksem
• bewegende stenen (in Death Valley)
• de tornado
• de halo
• Lake Hillier (roze meer)
• de geiser
• de aardverschuiving
• de aardbeving
Antwoord vraag 3
Mogelijke antwoorden:
• metingen (bijvoorbeeld seismometers bij aardbevingen)
• satellietbeelden
• simulaties (onderzoekers maken iets na)
• experimenten
Afsluitende evaluatievragen
Vraag aan elkaar (in twee- of drietallen)
- Wat vind je van het onderwerp van dit project? Waarom?
- Wat heb je deze les geleerd? Noem één ding.
- Tijd over? Bedenk extra vragen.
De juf of meester vraagt tot slot (klassikaal) twee leerlingen welk antwoord ze hebben gegeven.
