Vraag aan elkaar (in twee- of drietallen)
De juf of meester bespreekt de antwoorden en vraagt twee leerlingen welk antwoord ze hebben gegeven.
De volgorde is: eitje, rups, pop en dan vlinder.
Noem één ding dat je in deze les goed gedaan hebt. De juf of meester geeft de beurt.
We gaan opruimen.
Gebruikersnaam of e-mailadres
Wachtwoord
Onthoud mij